
Dit is wat Ellen schrijft over Bobbie:
Bobbie is nu één jaar en 10 maanden.
Wat is het leven leuk met deze hond, nog steeds verliefd!
Ik heb een poes, twee cavia's en droomde al heel lang over een hond.
Toen ik ineens jaloers werd op mensen met leuke honden, heb ik eindelijk de knoop doorgehakt.
Veel gepraat met hondenbezitters, veel gelezen over honden en een boek met 250 rassen doorgeworsteld.
Welk hond past het best bij mij?
Ik woonde toen in een woongroep, veel drukte, kan geen uren wandelen, heb wel veel tijd en wilde een hond die je overal mee naar toe kan nemen.
Ik zag een foto van een Havanezertje in "puppylook" geknipt, las alles over het karakter en was gelijk verkocht.
November 2000, mijn eerste hond en ik wilde haar liever gisteren dan morgen.
Adressen gezocht, mezelf en anderen suf gebeld (sorry mevrouw Jacobs!), en toen vond ik in een hondenblad het adres van René en Mirabell.
Een heel leuk telefoongesprek met Mirabell gehad en daarna schreef ik haar een brief met mijn wens: het jaar 2001 met hond.

Van het nestje was door omstandigheden één teefje over en mijn wens kwam uit.
Foto's op internet gekregen en ik was meteen vreselijk verliefd; een prachtig teefje.
Twee dagen later kon ik haar al halen. Snel alle spulletjes gekocht, veel speelgoed, en geruzie thuis over de naam die ze moest krijgen.

Met mijn zoon, een bonzend hart en alvast een knuffel voor onderweg in de auto, gingen we haar halen.
Voor ons het mooiste hondje ter wereld toen we haar zagen.
Ik durfde haar niet gelijk vast te houden, bang dat ik te hard zou knuffelen, ze was zo klein.
We kregen een prachtige videoband mee van de eerste weken van de hondjes, die ik natuurlijk gemist had.
Die band is nu wel grijs gedraaid. In het begin draaide ik de band zonder geluid, bang dat ze heimwee zou krijgen.

Ja, ik ben een hondentut geworden, ik geef het eerlijk toe.
Ze kreeg ook een dekentje en speeltje uit het nestje mee, hartstikke leuk en vertrouwd voor haar.
Hoe ik naar huis ben gereden, weet ik niet meer. Ik wilde steeds naar haar kijken.
Ze zat heerlijk bij mijn zoon Jordi op schoot die eerste rit. Nu zit ze altijd in haar bench in de auto.

In al die boeken had ik alles gelezen over het belang van een goede socialisatie van een pupje.
Nou beter dan deze socialisatie bij René en Mirabell bestaat niet, merkte ik al gelijk.
Bobbie vond alles best; autorijden was ze al gewend, krantzindelijk, de bench was haar eigen veilige plekje.
En ook poseren deed ze zoet, 60 keer per dag een foto, ze vond het allemaal best.
De kennismaking met de poes verliep redelijk; ze ontweken elkaar. Nu vinden ze elkaar wel leuk.
Ze dagen elkaar uit en heel soms liggen ze samen op de bank te slapen.
Bobbie geniet er het meest van als de poes op haar kop krijgt omdat ze aan de stoel krabt.
De eerste nacht sliep ze in de bench op mijn bed. Dat wil zeggen.....Bobbie sliep en ik keek naar haar.
Die eerste nacht sliep ze al 7½ uur en toen ik haar uit de bench wilde halen, kreeg ik een lik op mijn neus.
Had ik ooit een ochtendhumeur, nou sinds ik Bobbie heb, is daar geen sprake meer van.

Na een week wennen, heb ik een "Bobbie welkom" feestje gegeven; iedereen vond haar prachtig.
Ze was snel zindelijk -ca. één maand- alleen af en toe een welkomsplasje als er bezoek kwam, maar dat is vanzelf over gegaan.
De bench is nog steeds een heerlijk plekje voor haar.
Ook al is ze aan het spelen, als ik zeg: "Bobbie, ik kom zo terug, ga mand" dan gaat ze gelijk in de bench. Deurtje dicht, hondje in slaap!

Toen Bobbie zeven maanden was, vond ik mijn droomhuis aan een grachtje in Delft.
Moeilijk voor Bobbie, het hele huis vol dozen, op het laatst vond ze het eng die verhuizing.
In ons nieuwe huis werd ze opeens waaks; prima, lekker veilig. Ze blaft als een Pitbull als er iemand voor de deur staat.
Ik was van plan om een puppy cursus met haar te doen, maar ze is zó lief en gehoorzaam en makkelijk, dat ik daar vanaf heb gezien.
Buiten blijft ze dicht bij me in de buurt en kijkt ze vaak om waar ik ben.
Ze is onderdanig naar andere honden; er is gelukkig nog nooit iets agressiefs gebeurd.
Ze heeft drie zeer dierbare hondenvrienden.

Bobbie en Billie<
Billy heeft haar wegwijs gemaakt in het hondenleven.
En van Billy leert ze dingen, bijvoorbeeld dat je een heerlijk hondenkluifje eerst moet verstoppen en dan pas gaat opeten.
Ze is soms een half uur bezig om een goede verstopplek te vinden en dan mag het kluifje opgegeten worden.
Als Billy moe is van het spelen (hij is al een "oudje"!) en Bobbie nog lang niet, blijft Billy zitten en rent Bobbie rondjes om haar heen of springt haasje over.

Met Simba, een Golden Retriever, blijft ze spelen.
Het hoogteverschil is geen enkel probleem.
Ze happen ook steeds in elkaar; prachtig om te zien hoe die grote hond zachtjes in die kleine hapt.

Bobbie is erg speels.
Als Jordi en ik haar roepen, komt ze altijd met een speeltje in haar bek aanlopen.
We hebben haar geleerd om ook wel eens zonder speeltje te komen.
Dan roepen we: "Bobbie, kom even praten". Geen hondentaal, maar ze begrijpt het.

moe gespeeld.....
Buiten, als ze los loopt, heb ik haar veel beloond als ik haar roep en ze komt meteen.
De beloningen heten dan geen "lekkertjes" maar "goedzootjes".
Hét toverwoord voor Bobbie!
Binnen heten ze gewoon weer "lekkertjes".
Voor de eerste loopsheid heb ik haar laten steriliseren; dat is het beleid van onze dierenarts.
Sommige dierenartsen schijnen het nog steeds juist na de eerste loopsheid te doen.
Ik bleef erbij tot ze sliep. Ze is één dag heel erg beroerd geweest, ze kon nauwelijks lopen.
De tweede dag ging het al weer een stuk beter (en met mij dus ook!!).
Op aanraden van de dierenarts krijgt ze iets minder eten, want ze heeft nu meer aanleg om dikker te worden.
Verder is er niets veranderd na de sterilisatie; een heerlijke, tevreden, vrolijke knuffelhond.

Toen ze ruim een jaar was, veranderde ze ineens.
Buiten ging alles nog wel goed, maar binnen waren ineens alle geluiden heel erg eng.
Als er een jas van de kapstok viel, durfde ze de deur niet meer uit.
Een pollepel viel bij haar etensbak en ze durfde daar niet meer te eten.
Ik kon niets bedenken waarom ze ineens zo bang was; ik werd er onzeker van.
Toen er een krant naast haar bench lag en ze niet meer in de bench durfde, heb ik Mirabell gebeld.
Een fijn gesprek; ik kwam er daardoor achter dat ik iedere keer als Bobbie zo angstig was, ik haar geruststellend toesprak.
Ze kreeg véél (nóg meer!) aandacht door haar gedrag.
Mirabell stelde voor om veel lawaai te maken, en haar tijdens het lawaai te negeren, dus zelfs ook niet naar haar te kijken.
Moeilijk, maar het hielp wel!
Soms gluurde ik heel heel stiekem naar haar en dan zat ze met grote angstogen achter de bank.
Vreselijk vond ik dat, totdat de "nieuwe aanpak" echt begon te helpen.
Ook met samen spelen heb ik rekening gehouden met haar gedrag.
De bal steeds iets verder weg rollen, bv. tot die vreselijk enge boekenkast waar dat boek uit viel. Ook dat werkte.
En toen vond ik ook nog een artikel in het hondenblad "Hondenmanieren":
"De tweede periode waarin angst sterk inwerkt (zes tot veertien maanden)" , geschreven door Martin Gaus:
De periode van zes tot veertien maanden wordt beïnvloed door een periode van lichamelijke groeipieken, waarin zich kortere perioden van grotere gevoeligheid voor angstige ervaringen voordoen. Tijdens deze weken is de hond vooral gevoelig voor nieuwe situaties, waardoor zijn gedrag ineens kan veranderen. Hij kan bijvoorbeeld plotseling terughoudend worden naar mensen die hij kent, of niet meer nieuwsgierig zijn naar nieuwe mensen. Of hij vindt de rolcontainer eng, of de stofzuiger, of brommers en fietsen. Het is heel belangrijk dat u deze periode onderkent en op de juiste manier reageert. Kalmeer de hond niet met geruststellende woordjes of aanrakingen - daarmee beloont u zijn angstige uitingen- maar dwing hem ook niet tot moedig gedrag. Vermijd de beangstigende situaties niet, maar moedig de hond rustig en vriendelijk aan uit te vinden dat er ander gedrag dan angst mogelijk is. Een vrolijk gezicht en aansporende stem helpen hem zich ervan te overtuigen dat er niets aan de hand was. U kunt ook het voorwerp van zijn angst naderen of aanraken en laten zien dat er echt niets gebeurt. U geeft hem positieve aandacht als hij onderzoekend zijn neus uitsteekt om te snuffelen naar wat hem zo deed schrikken en moedigt hem aan en beloont hem als hij iets lekkers van een vreemde persoon aanneemt als hij deze eigenlijk eng vond. Zo leert de hond dat ander gedrag waarvoor hij zelf kiest hem meer opbrengt en daarmee neemt zijn zelfvertrouwen toe; hij heeft de wereld in de hand. Juist gedurende deze angstperiode gaan veel honden naar de hondenschool en u zult begrijpen dat het nu echt belangrijk is dat die ervaring positief is. Als uw jonge hond schrikt als hij zo'n grote groep soortgenoten ziet, kan hij in de toekomst elke situatie waarin meer honden bijeen zijn eng gaan vinden. Vindt uw hond het echter leuk in het gehoorzaamheidsklasje, dan heeft u grote kans dat hij overal ontspannen is binnen een groep honden, en ook leersituaties als behendigheid leuk vindt. Het mag duidelijk zijn dat het heel verstandig is al met uw hond naar training te gaan als hij nog jong is, bij voorkeur op een leeftijd van acht weken. Ga echter selectief te werk bij het uitzoeken van uw hondenschool. Heeft men geen aangepaste begeleiding die erop gericht is negatieve stress zo veel mogelijk te voorkomen, of op te vangen, ga dan op zoek naar een andere plaats waar u een training kunt volgen"
Het gaat nu weer stukken beter met Bobbie.
Ze is nog wel een kat uit de boom kijker (niet letterlijk gelukkig!),
maar dat maakt haar ook zo makkelijk; ze kan altijd mee als ik ergens op bezoek ga.
Nu heeft ze weer iets nieuws ontdekt. Bij Jordi springt ze op het bed en bij mij doet ze alsof ze het niet kan.
Dan wil mevrouw opgetild worden, even uit proberen...

Ze slaapt nog steeds op mijn bed.
Zal wel verkeerd zijn volgens de hondenboeken, maar het is zo gezellig en ik wil echt geen risico lopen weer een ochtendhumeur te krijgen!
Buiten hoef ik nooit hard tegen haar te praten.
Als ze naar de buurjongetjes wil gaan, kijkt ze me doordringend aan en als ik zeg: "ga maar, mag wel", zoef....weg is ze.
En dan huppelt ze, een grappig gezicht.
Een tijdje geleden kwam ze heel langzaam uit de bosjes in het park naar me toe.
In haar bek had ze een portemonnee met veel geld en pasjes er in. Wat was de eigenaar blij, en wat was ik trots!
Ik kan een boek schrijven over dit mooie hondje, maar ik hou het hier maar bij.
Het enige vervelende wat ik kan bedenken, is dat mijn concentratie minder is geworden.
Als ik een boek lees en Bobbie doet wat liefs, leuks of geks, dan móet ik toch echt naar haar kijken, en is dat leuker dan dat boek.
Op straat ben ik nog nooit een Havanezertje tegen gekomen.
Soms vind ik het leuk om tegen mensen te zeggen: "ja, ze is ook héél erg zeldzaam".
Dan bekijken ze haar met nog meer interesse en volgens mij kijk ik dan heel trots mee.

Mirabell en René, bedankt voor dit prachtige hondje!
Ellen Jansse
* Delft *
| GALLERY |
| HOME |