Dilemma.
Over één ding zijn we het eens. Gezonde rashonden. Dat willen we.
Over de manier waarop we dit doel moeten gaan bereiken, loopt het
echter al mis. Trouwens, alleen maar gezonde rashonden fokken is, hoe
je je best ook doet, natuurlijk onmogelijk.
Het gaat er voornamelijk om, dat we kunnen aantonen, dat we er alles aan doen om dat utopische doel te bereiken.
Nu het dilemma.
Dit dilemma vindt z'n oorsprong in de nogal gekunstelde organisatie van
ons kynologische bestel. De vereniging van verenigingen. Dat botst.
Elke officiële (ras)vereniging is autonoom. Dat wil zeggen, dat we
onze eigen doelstellingen formuleren, ons eigen beleid uitstippelen om
die doelstellingen te bereiken en, het belangrijkste, de leden hebben
het op alle fronten voor het zeggen. Door als rasvereniging lid te
zijn/worden van de Vereniging Raad van Beheer, is er van die autonomie
het één en ander afgeknabbeld. Ga maar na, statuten en
huishoudelijk reglement moeten verplichte onderdelen bevatten om
toegelaten te worden tot de Raad van Beheer. Een gedeelte van de
souvereiniteit van de rasvereniging is daarmee weggegeven. Over dat
gedeelte hebben de leden geen zeggenschap meer. Het enige dat in dit
verband nog wel besloten kan worden is het lidmaatschap van de
vereniging Raad van Beheer weer op te zeggen. Dat zal voor de meeste
rasverenigingen geen optie zijn, omdat ze dan ook niet meer aangesloten
zijn bij de FCI.
Maar nu het volgende.
Wie de verslagen gelezen heeft, kan zien dat het bestuur van de Raad
van Beheer wil naar minder bevoegdheden voor de aangesloten
rasverenigingen en meer macht voor de RvB. Dat wil men doen door zaken
die nu nog tot het domein van de rasverenigingen behoren, onder te
brengen in het Kynologisch Reglement. Denk aan de al aangenomen
inteeltbeperking (ingangsdatum 1 juli a.s.) Het verplicht gebruik maken
van het (nog vast te stellen) raamwerk voor het fokreglement. Hat
aantal dekkingen per reu. Het opnemen van een fokverbod voor honden met
een erfelijke aandoening. Het opnemen van een fokverbod voor honden met
een specifieke erfelijke aandoening.
Eigenlijk zaken waar maatwerk per ras voor nodig is. Dus bij uitstek een taak voor de rasvereningen.
Het voordeel van het overhevelen van bevoegdheden naar het KR is, dat
iedereen die rashonden met RvB-stambomen fokt, zal moeten voldoen aan
dezelfde regelgeving. Het KR is nl. leidend als het gaat om het afgeven
van stambomen.
Een nadeel is, dat alles dat in het KR opgenomen is, er heel moeilijk
weer uit te krijgen is. De flexibiliteit die je als rasvereniging hebt
bij het vaststellen en wijzigen van regelgeving, is er niet. Nog meer van de autonomie zal worden weggegeven
Een ander belangrijk nadeel is, dat fokkers die dit niet willen, zonder
stamboom zullen gaan fokken, een zelfgemaakte stamboom zullen meegeven,
of erger nog, een tweede kennelclub zullen kunnen gaan starten. Dit
wellicht met het recente succes van de afschaffing van de
"één-rasvereniging-per ras-regel", in het achterhoofd.
Als fokkers besluiten om de georganiseerde rashondenfokkerij de rug toe
te keren, zal dit een verkleining van de genenpool tot gevolg hebben.
Dit komt de gezondheid van onze rashonden niet ten goede.
Op zich is het streven van het bestuur van de RvB om te werken aan het
verbeteren van de gezondheid van onze rashonden prijzenswaardig. Als
dat gebeurt met de botte bijl of door het weghalen van bevoegdheden bij
de rasverenigen, dan kan het allemaal wel eens averechts gaan werken.
Zichzelf respecterende rasverenigingen zullen het moeten afstaan
van bevoegdheden ervaren als een motie van wantrouwen. Met gevoel
omgaan met de belangen van de individuele rasvereniging en hun leden is cruciaal.
Een begaanbare weg is wellicht het opleggen aan rasverenigingen van een
inspanningsprestatie. Laat maar zien wat je als rasvereniging concreet
doet om zo gezond mogelijke rashonden te fokken. Rasverenigingen die
hier aantoonbaar helemaal niets van bakken, moeten dan aangepakt kunnen
worden. Overigens bestaat de mogelijkheid al om dat te doen als er
sprake is van wanprestatie.
De overlegstructuur bij de vereniging Raad van Beheer draagt er toe
bij, dat de fokkers die het uiteindelijk allemaal moeten gaan
waarmaken, in de parktijk helemaal onderaan bungelen als het gaat om
inspraak, medezeggenschap en beslissingsbevoegdheid. Fokkers, eis dus
van het bestuur van de rasvereniging dat er in dit kader geen stappen
worden gezet zonder overleg vooraf.
René Woudman