De
ontwikkeling op medisch gebied staat niet stil, het ontdekken van een
gen wat een erfelijke afwijking in een hondenras veroorzaakt zal
voor de toekomst ook juridische consequenties gaan krijgen.
Dit is een reactie van een jurist op de uitspraak van de rijdende rechter:
Nu de fokster de koopsom terug moet
betalen, moet zij zich beraden op de wijze waarop de dekreuhouder
rekening heeft gehouden met haar
gerechtvaardigde belangen om een gezonde pup af te leveren aan de
pupkoper en daardoor gevrijwaard te blijven van een schadevergoeding
als door "De rijdende rechter" is opgelegd.
In dit verband kan het belangrijk
zijn te weten of andere combinaties met de reu hebben geleid tot HD
problemen. Dat was het geval.
De conclusie is dat de jurisprudentie zich in het nadeel van fokkers
ontwikkelt. Ook al worden alle fokregels nageleefd en kan de fokker
geen
enkel verwijt worden gemaakt, deze zal de koopsom aan de pupkoper(s)
terug moeten betalen indien de pup niet voldoet aan de daaraan in
redelijkheid te stellen eisen.
Indien de fokker wel een
gerechtvaardigd verwijt kan worden gemaakt van het gebrek van de pup,
dan zal deze alle kosten van de pupkoper
hebben te voldoen (dierenartskosten, crematie, etc.etc.). Ik voorspel
dat in de ontwikkeling van deze jurispudentie het slechts een kwestie
van
tijd is indien aan de pupkoper tevens smartegeld moet worden betaald
indien de fokker een gerechtvaardigd verwijt kan worden gemaakt.
Conclusie.
1. De fokker moet de koopsom
terugbetalen indien een gebrekkige pup is geleverd. Van geen enkel
belang is of dit gebrek hem kan worden
verweten, of hem daarvan een "gerechtvaardigd verwijt"kan worden gemaakt.
2. De fokker moet de koopsom
terugbetalen en de overige schade (dierenartskosten, crematie,
vervoerskosten, etc.) vergoeden indien hem
van het gebrek in de pup een "gerechtvaardigd verwijt" kan worden
gemaakt. Dit is al het geval indien men in redelijkheid had kunnen
weten
dat in de te bezigen bloedlijn (en) een erfelijke afwijking voorkomt.
Naar mijn stellige opvatting is niet alleen de status van het te
bezigen ouderdier
doorslaggevend, maar dienen tevens die van de nestgenoten in acht te worden genomen.
3. Fokkers dienen, alvorens gebruik
te maken van een dekreu, de erfelijke (HD) eigenschappen van zowel de
dekreu als zijn nestgenoten en
(voor) ouders uitdrukkelijk na te gaan.
Als je dit toepast op PRA, dan kan je
in het geval van de Saarlooswolfhond dus de fokker, die weet dat de
afwijking in het ras voorkomt en
desondanks fokt met risico-dieren, zonder de kopers hiervan op de
hoogte te stellen verantwoordelijk stellen en zelfs smartegeld vragen.
Nu het bekend is dat DM voorkomt bij
de Saarlooswolfhond en hierop getest kan worden, lopen fokkers die niet
testen dus ook het risico
hiervoor aansprakelijk gesteld te worden.
Dus testen en de pupkopers schriftelijk op de hoogte stellen van de uitslagen.
Voor het argument dat het "bij ons niet voorkomt" zal de rechter niet gevoelig zijn, vrees ik.
Floris van Wanrooij