Autonomie of samenwerking. 

Iedereen die mij kent, weet dat ik een groot voorstander ben van het uitwisselen van argumenten in een goede discussie met respect voor elkaars mening. 
Alleen dat brengt ons verder. Daarom wil ik graag reageren op het stukje van René over de autonomie van rasverenigingen. 

Laat ik voorop stellen dat ik altijd gek ben geweest op honden. Nog steeds. Ik heb ze ook altijd gehad. Altijd vuilnisbakjes, of bastaarden zoals ze liever door rashondenfokkers
worden genoemd. Ik kreeg ze van de buren of van een boer die een pup over had of Marianne nam weer eens een zielenpootje mee uit het asiel dat ze niet kon achterlaten. 
Was het daar maar bij gebleven. Op een goede dag wilde ik een rashond. Een echte, dacht ik nog. Ik moest verplicht lid worden van de rasvereniging anders kwam
ik niet in aanmerking voor een pup en ik moest een contract ondertekenen met bespottelijke voorwaarden. Dat had toen alle alarmbellen bij mij moeten doen rinkelen.

Maar hoe gaat dat. Je ziet een nestje en je verkoopt desnoods je ziel en zaligheid aan de duivel voor zo’n pupje. 
Had ik na de aankoop maar meteen mijn lidmaatschap opgezegd en de kynologie de rug toegekeerd. Dat had mij veel ergernis bespaard. Helaas, het liep anders. 
Ik weet nu dat, vergeleken met de strijd tussen fokkers,  wereldconflicten zoals in Afghanistan verschrompelen tot een ruzietje op het schoolplein. 

Ik loop dus ‘contre cœur’ zoals ze dat hier in Frankrijk zo bloemrijk zeggen, alweer een paar jaar mee in de hondenwereld. En je wordt er niet vrolijk van.
De strijd wie de waarheid in pacht heeft, wordt op het scherpst van de snede gestreden. Op kleine schaal tussen fokkers onderling en op wat grotere schaal tussen 
de rasverenigingen in de Raad van Beheer die elkaar in georganiseerd verband vliegen afvangen. De onthutsende voorbeelden hebben we allemaal hier op 
René’s weblog kunnen lezen. De Raad van Beheer op haar beurt, probeert meer invloed op de rasverenigingen te krijgen om de springende kikkers nog enigszins in de kruiwagen te houden.

 Er was ooit een tijd dat de RvB de bevoegdheid had om in te grijpen als een rasvereniging de fout inging. Die tijd is voorbij. 
De rasverenigingen zijn nu ‘autonoom’ en dat wordt verdedigd met een felheid en verbetenheid die mij doet denken aan de verovering van het heilige graf tijdens de kruistochten. 
Lijkt het even de verkeerde kant op te gaan, dan roept iemand dat de geest van Gubbels met zijn centrale fokbeleid weer uit de fles dreigt te komen en de neuzen staan als bij 
toverslag weer dezelfde kant op. Want: dat nooit weer!

 Maar met de status quo van ‘autonomie’ houden beide partijen, rasverenigingen en Raad van Beheer, elkaar in een knellende houdgreep. Bij problemen wijst de RvB eenvoudig 
terug naar de rasverenigingen. Die zijn immers ‘autonoom.’ Dat daarmee de problemen niet worden opgelost maar de sluimerende conflicten eerder uit de hand dreigen te lopen, 
wordt kennelijk voor lief genomen. Veel leden van rasverenigingen die vragen hebben over de gezondheid van hun hond worden vaak met de nek aangekeken of zelfs geroyeerd. 
Ik ken intussen diverse treurige voorbeelden en ik neem aan, u ook. De RvB gaf in al deze gevallen niet thuis. Door dit beleid zet de RvB zichzelf in de hoek als een tandeloze tijger 
die door de betrokken partijen niet meer serieus wordt genomen. 

En als het niet over de gezondheid mag gaan, waar gaat het dan wel over in hondenland. Misschien over prestige, zeggenschap over anderen, ego, status, invloed, plat 
eigenbelang en fokreputaties? Zou zo maar kunnen. We hobbieën trouwens met z’n allen ook heel wat af. Niet voor enige duizenden, niet enige tienduizenden, zelfs niet enige tonnen,
maar voor enige tientallen miljoenen Euro’s bij elkaar. De kosten? Ja, die zijn ook erg hoog. ’t Is afzien hoor, zo’n hondenhobby. Mijn vuilnisbakjes, zo u wilt bastaarden, mocht ik gratis afhalen.

 De commissie NAK (Niet Aangesloten Kynologie) moest de bedreigingen van de niet georganiseerde kynologie in kaart brengen. 
De commissie sprak uitsluitend met de georganiseerde kynologie en kwam met een rapport dat de huilerige titel meekreeg “Gíng het maar om de hond.” 
Want inderdaad, het onderwerp waarover het zou moeten gaan – een gezonde rashond - komt wat in het gedrang in alle discussies. De rasverenigingen moeten 
namens hun fokkers vooral blijven hameren op die heilige graal, die zo fel bevochten autonomie, om zich de bemoeienis van de RvB van het lijf te houden. 
Gezonde rashonden? Tja, zoals Harry van Raaij, de legendarische oud-voorzitter van PSV reeds zei: principes zijn mooi, maar het moet niet te gek worden.

En dat is precies de houding in rashondenland. Ik heb het over de legitieme rechten van een hond en heb het nog niet eens over de rechten van het ras als zodanig. 
Dus wat willen we nou met z’n allen met die autonomie? We willen toch allemaal een gezonde hond! Maar moet dat dan met een centraal fokbeleid, hoor ik u zuchten. Nee. 
Vraagt u bij twijfel even in het voormalig Oostblok wat de wrange vruchten ook alweer waren van een centraal geleide politiek. Nee, ooit was ik er voorstander van, maar ik 
heb de desastreuze gevolgen van een centraal fokbeleid zelf ondervonden in mijn eigen ras. Ik ben intussen van mening veranderd. Fokkers moeten zelf hun verantwoordelijkheid 
nemen als het om fokken gaat. Dus weg met al die fokcommissies en al die zelfbenoemde specialisten in al die rasverenigingen. Het leidt in de meeste gevallen alleen maar tot 
onverkwikkelijke en bijzonder onaangename ruzies!

Hoe komen we uit deze impasse! Dat is nog niet zo simpel. Er zal in ieder geval veel meer professionaliteit moeten komen in de kynologie. 
Een overkoepelende organisatie als de RvB is bij uitstek een instituut dat hierbij een rol kan spelen. Op weg naar een gezonde rashond. Dáár zou alle gekrakeel over moeten gaan! 
Niet met een centraal fokbeleid, maar met adviezen en voorlichting aan fokkers en rasverenigingen voor een verantwoorde fokkerij die aan de rashonden en het ras ten goede komen. 
De RvB is een organisatie die deze kwaliteiten in huis heeft.

Er zou ook veel meer professionaliteit bij de rasverenigingen moeten komen. Bij bestuurders, fokkers en leden van rasverenigingen is vaak een ontstellend gebrek aan kennis en kunde.
Er zijn fokkers die gezonde pups laten inslapen omdat ze een streepje verkeerd hebben of een vachtkleur die niet rastypisch genoeg is. Dat is absurd.
Vastgeroeste ideeën uit de vorige eeuw moeten worden doorbroken met moderne inzichten in de hedendaagse fokkerij. Dat kan met behulp van goede voorlichting, DNA opslag, 
software ondersteuning, databanken, professioneel onderzoek en research. Er is veel mogelijk op dit gebied.

De afdeling GGW, die volgens sommige rasverenigingen beter opgedoekt kan worden wegens teveel bemoeienis, zou hierbij een goede rol kunnen spelen. 
Ik pleit dus voor een RvB die haar verantwoordelijkheid wèl neemt. Die richting wil geven aan de kynologie. Die een stap verder wil komen in het proces dat wij allemaal zouden 
moeten onderstrepen: gezonde honden en gezonde rassen! Dat betekent minder nadruk op hondenshows waar het uiterlijk een centrale rol speelt. Een mooie hond is niet per 
definitie een gezonde hond. We weten allemaal dat deze fixatie op het uiterlijk en het uitvoeren van de rasstandaard tot op de komma nauwkeurig en nog verder, tot absurde
en desastreuze toestanden in de kynologie hebben geleid. Teven die nauwelijks nog in staat zijn zelfstandig te werpen, pups die na de geboorte geopereerd moeten worden 
om ze van een wisse dood te redden en reuen die het woord ‘dekreu’ eerst in het woordenboek moeten opzoeken alvorens tot actie over te gaan. Dan heb ik het nog niet 
eens over de ellenlange lijst met erfelijke afwijkingen omdat we zonodig allemaal met die ene superkampioen wilden fokken, of lijnenteelt toepasten om het gewenste rastype 
maar zo snel mogelijk in onze “foklijn” vast te leggen. En als iemand nog één keer roept dat dit allemaal in het belang van het ras is, omdat de hondenfokkerij een fijne hobby 
is waarbij de fokker zo nauwkeurig mogelijk probeert de rasstandaard te benaderen, dan beloof ik hier plechtig dat ik spontaan en vol walging over zijn of haar schoenen zal overgeven.

We zullen elkaar serieus moeten nemen. De kynologie zal zichzelf serieus moeten nemen. Als ik een bestuurslid van de RvB op de radio hoor zeggen, naar aanleiding van 
de onthutsende documentaire van de BBC over de afschuwelijke misstanden in rashondenland, dat het allemaal reuze meevalt en alle rashonden in Nederland prima gezond 
van lijf en leden zijn, dan weet hij niet alleen, maar de hele kynologische wereld met hem, dat hij - hoe zal ik het netjes zeggen - de waarheid iets beter en vooral nauwkeuriger 
had moeten beschrijven.

Willen we een stap verder komen in de kynologie dan zullen we elkaar dus geen kletspraatjes moeten verkopen. Dat is niet zo maar een losse opmerking, want het kost geld. 
Veel geld. En dat doet pijn, dat begrijp ik best. Gelukkig kan de RvB binnenkort een paar centen in de knip houden en aan nuttiger zaken besteden dan aan dure advocaten 
en publiciteitscampagnes voor de eigen rasverenigingen, nu ze zich de tweede rasverenigingen niet meer van het lijf hoeft te houden. 

Willen we dus, samen met onze bij elkaar gehobbiede miljoenenomzet, naar een gezonde rashond toe, dan zullen we uit een heel ander vaatje moeten tappen dan we tot nu toe hebben gedaan. 
De rasverenigingen zullen moeten ophouden met het toeteren over hun autonomie, we zullen afmoeten van die belachelijke fixatie op het uiterlijk van onze rashonden en die idiotie 
rondom hondenshows. De RvB zal haar verantwoordelijkheid voor de gezondheid van de rassen moeten nemen met goede voorlichting en ondersteuning aan de rasverenigingen. 
Maar als de rasverenigingen steeds in de kramp schieten over hun “autonomie” zoals de boeren hier over de hun toekomende jachtrechten na de Franse revolutie, dan komen we 
met z’n allen geen steek verder.

 Johan Berends