Certificering: kynologie mist de boot.
Op 25 mei 2009 heeft minister G. Verburg een nota naar de Tweede Kamer gezonden met daarin aandacht voor de certificering.
Duidelijk is dat de hobbymatige
rashondenfokkers in het certificeringtraject de boot gaan missen. De
certificering die het ministerie van LNV
ontwikkelt, is uitsluitend van
toepassing voor de “bedrijfsmatige en commerciële”
partijen. De minister zal deze gecertificeerde partijen nadat ze
zijn gecertificeerd, ondersteunen en
helpen bij de bekendmaking van de certificatie en de (aspirant) kopers
stimuleren hun producten en
diensten (dus ook puppen) te kopen
bij de gecertificeerde partijen (dus ook hondenfokkers). De hobbymatige
fokkers (het overgrote deel) binnen
de kynologie mist daarmee de boot.
Nog meer (aspirant) kopers zullen hun puppen gaan kopen bij
commerciële hondenfokkers. En dit terwijl de
Raad van Beheer zelf al zo ver op weg
was een alternatief te ontwikkelen voor de hobbymatige fokkers,
namelijk het “Keurmerk”. Maar binnenkort
komt het private certificatiestelsel
voor de bedrijfsmatige en commerciële partijen op de markt en dan
raken de hobbymatige fokkers nog verder uit beeld.
Triest dat het zo goed begonnen
traject waarvoor binnen de kynologie zoveel draagvlak was langzaam maar
zeker uit beeld verdwijnt en als het ooit nog
komt al op grote achterstand is
gezet. Daarmee laat de kynologie een enorme kans liggen en zal verder
op achterstand worden gezet.
En de door LNV ontwikkelde private
certificering is voor de hobbymatige fokkers geen alternatief. Immers
zowel de eisen als de kosten zullen
veel te hoog zijn voor een hobbymatige fokkers, zodat meedoen niet realistisch is.
Onderstaand de passages uit de nota
die duidelijke maken hoe de werkelijkheid er uitziet. De hele nota
staat al sinds 25 mei 2009 op de website
van het Ministerie van LNV. Via onderstaande link is het nieuwsbericht met de nota rechtreeks te bereiken.
http://www.minlnv.nl/portal/page?_pageid=116,1640321&_dad=portal&_schema=PORTAL&p_file_id=38283
Citaat over het certificatiesysteem uit de nota.
"Voor de
situaties waarin gezelschapsdieren primair worden gehouden vanuit
economisch perspectief, is een andere aanpak nodig en wenselijk
dan voor die waarbij dieren door particulieren voor gezelschap worden
gehouden. Ik benader diegenen die zich op commerciële basis bezig
houden met gezelschapsdieren dan ook anders en verwijs u naar hetgeen ik hierover heb opgemerkt in mijn Nota dierenwelzijn
(Kamerstukken II 2007/08, 28 286, nr. 76, blz. 36/37). Ook hier echter
meen ik dat het verstandig is gezamenlijk met deze commercieel
georiënteerde
bedrijven en personen te komen tot regeling van zaken die nodig zijn.
Dit bevordert het draagvlak en daarmee de naleving. Ik ondersteun de
meer
bedrijfsmatige en commerciële partijen die zich bezig houden met
gezelschapsdieren om zich zodanig te organiseren dat zichtbaar
duidelijk is dat
door deze partijen op verantwoorde wijze wordt omgegaan met
gezelschapsdieren. Daartoe werken vertegenwoordigers van diverse
commerciële sectoren
op het gebied van gezelschapsdieren samen met mijn ministerie teneinde
te komen tot een privaat certificatiestelsel dat eisen omvat omtrent
de omgang door hen met gezelschapsdieren".
"Parallel aan het
opstellen van het certificatiestelsel wordt mijnerzijds gewerkt aan het
opstellen van een algemene maatregel van bestuur
die het certificatiesysteem dekt. Een zodanig stelsel waarin
certificatie samengaat met overheidsregels, bevordert ook de
effectiviteit van het toezicht"
"Het private
certificatiestelsel zal naar verwachting in de loop van 2009 gereed
zijn. De algemene maatregel van bestuur zal separaat worden
voorbereid als algemene maatregel van bestuur onder de GWWD.
Dientengevolge is de procedure die ziet op parlementaire betrokkenheid
uit die wet van toepassing. Dat houdt in dat het parlement door middel
van de voorhangprocedure bij de totstandkoming betrokken worden
nadat betrokken maatschappelijke organisaties zijn geconsulteerd en
nadat de Raad van State heeft geadviseerd over een concept van die
algemene maatregel van bestuur."
Jan Dekker