Fokbeleid: Ligt alles al vast?

Onlangs benaderde mij een fokker over een gerucht dat hij had gehoord. Het ging er over dat de Raad van Beheer
het voornemen heeft regels op te stellen die tot doel hebben niet alleen lijders of dragers van een als erfelijk aangemerkte
afwijking uit te sluiten van de fokkerij, maar ook de aan deze lijders of dragers verwante honden als ouders, kinderen, broers
en zussen en misschien nog wel verdere verwanten. Nu heb ik met geruchten niet zoveel en bovendien doe ik geen
mededelingen uit mijn bestuursperiode anders dan die toch al publiek zijn, dus ik reageerde een beetje lauw.

Toch bleef de vraag bij mij hangen en ik besloot op het internet eens een beetje rond te surfen.
Je kunt van het internet immers zeggen wat je wilt, maar soms kom je er toch verrassende dingen tegen.

Na verschillende zoektermen ingevoerd te hebben zonder dat dit tot opvallende resultaten leidde, tikte ik de
zoekterm “fokbeleid” in. Deze zoekterm bracht mij onder meer op de website van het ministerie van LNV.
Verder gezocht op deze website kwam ik de nota tegen die minister Verburg op 25 mei 2009 naar de Tweede Kamer
heeft gezonden. Hoofdstuk 4 van deze nota gaat over de gezelschapsdieren en daar trof ik de volgende passage aan.

"In de Nota dierenwelzijn heb ik geconstateerd dat eenzijdig fokbeleid bij honden soms tot ernstige
welzijnsproblemen kan leiden en dat het wenselijk is oplossingen hiervoor te vinden.
Vooreerst meen ik dat dit langs andere wegen dan regelgeving zou moeten geschieden.
Voor de rashonden zijn hiervoor de afzonderlijke rasverenigingen en de  Raad van Beheer op
Kynologisch Gebied als overkoepelende organisatie de eerstverantwoordelijken.
De rasverenigingen kennen een verplicht systeem van identificatie en registratie en hebben
een uitgebreide administratie van foklijnen. Dit zijn de instrumenten waarmee zij, samen
met andere deskundigen, deze welzijnsproblemen kunnen tegengaan.
Vertegenwoordigers van de rashondensector hebben een plan van aanpak opgesteld, waarin
wordt aangegeven welke acties de sector zelf onderneemt om de problemen met eenzijdig fokkerijbeleid
op te lossen.
"

Vooral de laatste - door mij “vet” gemaakte – zin trof mijn aandacht. De opdracht voor het maken van het in deze zin
genoemde plan van aanpak heeft de minister al in 2007 aan de Raad van Beheer gegeven. Onderstaand de passage uit
de Nota Dierenwelzijn van 2007 waarin deze opdracht is verwoord (zie ook hier met name het "vet" gedrukte deel).

"Waar de fokkerij bij landbouwhuisdieren sterk gericht is op de maximalisatie van de productie, ligt de focus
in de fokkerij bij met name de rashonden en –katten op extreme uiterlijke kenmerken. Op dit punt onderscheiden
de landbouwhuisdieren en de gezelschapsdieren elkaar niet. Met name bij honden en katten gaat dit eenzijdige
fokbeleid gepaard met gezondheids- en welzijnsproblemen bij de dieren. Ik denk bijvoorbeeld aan de problematiek
van de naar binnen krullende of te ruime oogleden, ademhalingsproblemen door de korte snuiten, overmatige
plooivorming
en honden waarbij de dekking en de geboortes niet meer via de natuurlijke weg kunnen geschieden.
Uit de enquête blijkt
dat veel mensen niet bekend zijn met deze welzijnsproblemen. Maar als ze vervolgens de
welzijnsproblemen krijgen voorgelegd,
vindt een grote groep het zeer zorgwekkend.
We hebben hier te maken met ernstige welzijnsproblemen als gevolg van menselijk
 handelen. Ik vind dan ook
dat we dit probleem, te beginnen bij de rashonden, aan moeten pakken.

Bij de rashonden zijn hiervoor de afzonderlijke rasverenigingen en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied als
overkoepelende organisatie de eerstverantwoordelijken. Omdat de rasverenigingen al een verplicht I&R-systeem
en een
uitgebreide administratie van foklijnen kennen, hebben zij alle tools in handen om deze problematiek
samen met andere
deskundigen op te pakken. Ik wil de sector hier in eerste instantie zelf de kans geven
de problematiek op te pakken.
Uiterlijk in september 2008 wil ik een plan zien waarin staat op welke wijze
de problemen als gevolg van het
eenzijdig fokkerijbeleid worden aangepakt."

De Raad van Beheer heeft dus blijkbaar een plan van aanpak ingediend bij de minister, waarin staat aangegeven welke acties
de Raad van Beheer zelf gaat ondernemen om de problemen als gevolg van eenzijdige fokkerijbeleid op te lossen. Er is dus
een plan van aanpak. Ik neem tenminste aan dat de minister de waarheid spreekt en de Tweede Kamer correct informeert.
Immers het parlement onjuist informeren is een ministeriële doodzonde waarop maar één sanctie staat en dat is vertrekken.
Dus het plan is er en blijkbaar ook al enige tijd.


De vraag die mij werd gesteld en de resultaten van mijn zoektocht zoals hierboven beschreven, leverde bij mij weer verschillende
vragen op. Vragen als, wat er allemaal in het plan van aanpak staat, of de rasverengingen er van weten, en of mijn vragensteller dus
blijkbaar toch gelijk had. Immers waar rook is, is vuur, dat weten we allemaal.


In elk geval is duidelijk dat De Raad van Beheer de minister heeft meegedeeld welke acties ze gaat ondernemen om het eenzijdig
fokbeleid terug te dringen. Grote vraag die dan overblijft is, of de rasverenigingen hierover ook nog iets te zeggen hebben.
Komt het plan van aanpak nog in de ALV ter goedkeuring? En wat als de ALV nee zegt? Hoe moet dit dan weer aan de minister
worden uitgelegd? En hoe legt de minister dit dan weer uit aan het parlement? En zijn door deze “handige” manoeuvre vanuit
Amsterdam de rasverengingen buiten spel gezet? Of komt er straks vanuit Amsterdam de boodschap “de minister wil het”.
Over openheid en transparantie gesproken!

Jan Dekker