Onderwerp: Ontwikkeling Certificering

Algemeen
De Raad van Beheer is in 2006 begonnen met het ontwikkelen van certificering voor rasverenigingen
en rashondenfokkers. In 2007 hebben diverse voorlichtingsbijeenkomsten over certificering voor de
besturen van de rasverenigingen plaatsgevonden. De rasgroepen 4, 6, 7 en 8 organiseerden in 2008
voorlichtingsbijeenkomsten voor de fokkers van de rassen uit die rasgroepen. Ook is in 2008 een pilot
met zes rasverenigingen gestart om ervaring op te doen met een deel van de ontwikkelde producten.
De Commissie Certificering Rasverenigingen en Rashondenfokkers (de Commissie Certificering) heeft
in dit hele traject een belangrijke rol gespeeld.
Het ministerie van LNV heeft begin 2008 een werkgroep ingesteld vanuit de honden- en kattensector
die de opdracht heeft een certificeringschema te ontwikkelen voor de vrijwillige certificering van de
honden- en kattensector. De Raad van Beheer participeert in deze werkgroep.
Het bestuur van de Raad van Beheer stelt vast dat de ontwikkeling van de eigen certificering en die
van de sector geïnitieerd door het ministerie van LNV noopt tot afstemmening met de algemene
ledenvergadering voordat de volgende en meer definitieve stappen worden gezet. In deze nota staat
een toelichting op beide vormen van certificering en staan voorstellen over de wijze waarop het
bestuur meent dat verder kan worden gegaan met de certificering van de Raad van Beheer. De
algemene ledenvergadering wordt gevraagd de voorstellen van het bestuur te steunen, zodat het
bestuur zich vergewist weet van voldoende draagvlak voor het vervolgtraject.

Vormen van certificering
Certificering of ook wel conformiteitbeoordeling kent in de in het bedrijfsleven drie vormen. De eerste
vorm is die waarbij de gecertificeerde zelf verklaart dat hij aan de eisen van de certificering voldoet. Bij
de tweede vorm verklaart de klant dat de gecertificeerde aan de eisen voldoet. Voor de derde vorm is
er een onafhankelijke derde partij die verklaart dat de gecertificeerde aan de eisen voldoet.
De Raad van Beheer kiest met haar opzet voor een tussenvorm van de drie bestaande vormen. In het
convenant met de Raad van Beheer verklaart de gecertificeerde rasvereniging te voldoen aan de
eisen voor certificering en in het convenant met de rasvereniging verklaart de gecertificeerde
rashondenfokker te voldoen aan de eisen voor certificering. De klant kan via de klachtenprocedure en
via het onderzoeksysteem zijn mening geven. Bepaalde onderdelen worden onafhankelijk getoetst,
zoals de kennis. Het bestuur meent dat, als de rasverenigingen en de hobbymatige fokkers gaan
deelnemen op basis van de voorstellen in deze nota, de kynologie – binnen de mogelijkheden van
haar huidige structuur - een goede stap voorwaarts zet.

De certificering van de Raad van Beheer
De Raad van Beheer is in 2006 begonnen met het ontwikkelen van certificering voor rasverenigingen
en rashondenfokkers met als doel:
De partijen die een rol spelen bij de certificering zijn:

Het bestuur heeft de producten beoordeeld die de Commissie Certificering heeft ontwikkeld en tijdens
de voorlichtingsbijeenkomsten voor de kynologie heeft gepresenteerd. Het bestuur komt tot de
slotsom dat de volgende producten in elk geval tijdens de start van de certificering tot de voorwaarden
moeten gaan behoren.
1. Convenant Rasverenigingen
Het convenant Rasverenigingen behelst de afspraken over de certificering die de rasverenigingen
maken met het bestuur van de Raad van Beheer. Het is een standaard convenant dat voor alle
rasverenigingen hetzelfde is. De rasverenigingen zijn aanspreekbaar op de naleving van dit
convenant.
2. Convenant Rashondenfokkers
Het convenant Rashondenfokkers behelst de afspraken over de certificering die de ledenfokkers
maken met het bestuur van de rasvereniging. Het is een standaard convenant dat voor alle
rashondenfokkers hetzelfde is. De rashondenfokkers zijn aanspreekbaar op de naleving van dit
convenant.
3. Cursus Rashonden fokken
De cursus “Rashonden fokken” is speciaal ontwikkeld voor de fokkers die zich willen laten
certificeren. De cursus is speciaal geschreven voor (aspirant) rashondenfokkers en biedt hen een
prima eerste handreiking bij alles wat ze bij het fokken van rashonden kunnen tegenkomen. Ook
geeft de cursus veel informatie over onderwerpen waar de rashondenfokkers mee te maken
krijgen. De cursus is zeer laagdrempelig zodat het voor vrijwel elke (aspirant)rashondenfokker
mogelijk is deze te volgen en met goed gevolg het examen af te leggen.
4. Kennisoverdracht
Het onderhoud van kennis en vooral ook de ontwikkelingen binnen een ras zijn voor fokkers van
groot belang. De besturen van de rasverenigingen spannen zich vaak enorm in om bijeenkomsten
te organiseren over onderwerpen die de gezondheid, het gedrag of andere relevante onderwerpen
van het ras aangaan. Van de serieuze fokker mag worden verwacht dat hij zich op hoogte houdt
van de ontwikkelingen als gezondheid, gedrag, enz. en zich bovendien betrokken voelt en ook
toont bij de ontwikkelingen binnen het ras. Van de gecertificeerde fokker wordt daarom gevraagd
dat hij in een periode van vijf jaar minimaal drie keer een bijeenkomst bijwoont die de
rasvereniging organiseert onder de noemer “fokkersbijeenkomst. Op de rasverenigingen rust
daarmee ook de verplichting jaarlijks minimaal één keer een fokkersbijeenkomst te organiseren.
De Raad van Beheer zal ook zelf bijeenkomsten organiseren die onder de noemer
fokkersbijeenkomst vallen, zoals in 2009 het “Fokkerscongres”.
5. Rasspecifiek Fokreglement
Het Rasspecifiek Fokreglement (RFR) is ontwikkeld om de rasverenigingen te helpen een goed
fokreglement samen te stellen, dat vooral ook voor de fokkers duidelijk is en voorkomt dat er
misverstanden ontstaan die tot discussie leiden. De wijze waarop de vereniging Raad van Beheer
is georganiseerd brengt met zich mee dat het invullen en goedkeuren van het RFR een
verantwoordelijkheid is van elke rasvereniging zelf. De toetsing door de Raad van Beheer richt
zich voornamelijk op het voorkomen van het misbruiken van het RFR voor onderwerpen die geen
directe relatie hebben met het fokken.
6. Koopovereenkomst
De koopovereenkomst is ontwikkeld met als doel de belangen en rechten van zowel de
fokker/verkoper als van de puppykoper te beschermen. Voor de fokker is het koopcontract
noodzakelijk om te voorkomen dat deze met niet te beïnvloeden claims wordt geconfronteerd.
Voor de puppykoper is het koopcontract van belang om zich te beroepen op zijn rechten. Het
koopcontract krijgt een grotere toegevoegde waarde als er in de toekomst een relatie wordt
gelegd met een klachtencommissie.
7. Informatiefolder
De Commissie Certificering heeft voor de rasverenigingen die aan de pilot meewerken een
informatiefolder ontwikkeld in de vorm van een Rasecht special. Deze folder kan zowel digitaal als
in papiervorm worden verspreid. Ook kan de folder worden aangeboden aan andere organisaties
die zich richten op de communicatie over gezelschapsdieren.
8. Herplaatsing
De rasverenigingen dienen de herplaatsing van honden van hun ras goed te regelen. Wanneer er
sprake is van een urgent te herplaatsen hond, dan moet er een (tijdelijke) adequate voorziening
zijn, zodat wordt voorkomen dat de hond terecht komt op een plaats, of in handen van personen
waarvan dit absoluut onwenselijk is. De Commissie Certificering heeft als ondersteuning voor de
rasverenigingen de volgende formulieren ontwikkeld:
9. Nestcontroleformulier
Het nestcontroleformulier is vergelijkbaar met het vroegere kennelcontroleformulier. De
nestcontroleur van de Raad van Beheer vult het in en daarna wordt het ter beschikking gesteld
aan de rasvereniging. De nestcontroleur heeft naast de verantwoordelijkheid voor het invullen van
het nestcontroleformulier ook een algemene controle verantwoordelijkheid en meldt misstanden
die in aanmerking komen voor een melding bij de Landelijke Inspectiedienst (LID).
10. Logo
Het logo komt beschikbaar voor de gecertificeerde rasvereniging en rashondenfokker. De
ontwikkelde logo’s zijn algemeen bruikbare logo’s. Vanuit de rasverenigingen is de wens geuit
logo’s te laten ontwikkelen waar een afbeelding op staat van het eigen ras en waarin de
kennelnaam van de fokker is verwerkt. Deze suggesties zullen nog nader worden onderzocht op
toepasbaarheid.
De hiervoor genoemde producten zijn tijdens de voorlichtingsbijeenkomsten gepresenteerd en
uitgebreid besproken. Voor de navolgende nog te ontwikkelen onderdelen geldt dit ook.
11. Onderzoeksysteem
Het onderzoeksysteem dat als ondersteuning dient om een beeld van de gezondheid en het
gedrag van het ras te krijgen, is nog niet ontwikkeld. Het ministerie van LNV is gevraagd om de
ontwikkelkosten voor haar rekening te nemen. Zodra een beslissing op deze aanvraag is
ontvangen, zal over de eventuele ontwikkeling van dit systeem worden beslist.
12. Klachtencommissie
De regels voor het instellen van een interne klachtencommissie zijn in concept klaar. Een
klachtencommissie zal ook onderdeel vormen van de certificering voor de honden- en
kattensector. Voor dit moment is het wenselijk te wachten tot de reglementen voor deze externe
klachtencommissie klaar zijn en duidelijk is waar deze commissie zal worden gepositioneerd.
Mogelijk kan de Raad van Beheer voor de klachtenbehandeling van deze klachtencommissie
gebruik maken, waardoor kosten kunnen worden bespaard.
13. Sanctiebeleid
Het sanctiebeleid is grotendeels uitgewerkt, maar het bestuur wil eerst nog afwachten hoe het
sanctiebeleid er gaat uitzien voor de certificering van de honden- en kattensector. Het bestuur
acht het wenselijk dat voor de certificering van de rasverenigingen en rashondenfokkers voor een
vergelijkbare opzet wordt gekozen.
14. Communicatie en PR
Communicatie en PR vraagt voortdurend aandacht en is een uiterst dure aangelegenheid. Het
bestuur is in gesprek met het ministerie van LNV over de mogelijkheid de gecertificeerde
hobbymatige rashondenfokkers onderdeel te maken van de communicatiecampagne die het
ministerie van LNV voornemens is te starten over de gecertificeerde bedrijven die onderdeel
uitmaken van de honden- en kattensector
.
De certificering voor de honden- en kattensector
Het ministerie van LNV heeft begin 2008 een werkgroep ingesteld bestaande uit vertegenwoordigers
van organisaties uit de honden- en kattensector. De opdracht aan deze werkgroep is een
certificeringschema te ontwikkelen dat minimaal voldoet aan de voorwaarden van het Honden- en
kattenbesluit 1999. De werkgroep streeft er naar rond de jaarwisseling 2008-2009 het
certificeringschema te kunnen opleveren.
De certificering voor de honden- en kattensector is een vrijwillige certificering voor deze sector.
Iedereen kan meedoen, maar richt zich voornamelijk op participatie van het bedrijfsmatige deel van de
honden- en kattensector. Het ministerie van LNV ontwikkelt een Algemene Maatregel van Bestuur
(AMvB) die deelname van het bedrijfsmatig deel van de sector moet stimuleren. Vooralsnog wordt
onder bedrijfsmatig verstaan “het in zekere omvang en anders dan incidenteel uitoefen van
activiteiten, ook als dat geschiedt zonder winstoogmerk”. De deelnemers aan de certificering worden
door een Certificerende Instelling (C.I.) bij aanmelding en daarna (jaarlijks) getoetst aan de hand van
het ontwikkelde certificeringschema. Het bedrijfsmatige deel van de honden- en kattensector dat zich
niet laat certificeren zal door de Landelijke Inspectiedienst (LID) worden bezocht en worden
beoordeeld aan de hand van het voor de certificering ontwikkelde certificeringschema. Wanneer men
bij de controle niet voldoet aan dit certificeringschema, dan kan een sanctie worden opgelegd.
Het certificeringschema voor de certificering van de honden- en kattensector zal normen voor de
volgende onderwerpen gaan bevatten.
Het belang van de honden- en kattensector voor deelname aan de certificering is er in gelegen dat het
ministerie van LNV deze certificering zal gaan promoten.

Certificering of keurmerk
De inhoud van de begrippen certificaat of keurmerk ligt dicht bij elkaar. Met certificeren wordt iets
officieel verklaard en een keurmerk is een aanduiding van een bepaalde kwaliteit. De honden- en
kattensector ontwikkelt momenteel certificering voor het bedrijfsmatige deel van deze sector. Het
bestuur vindt het om die reden wenselijk om de certificering van de Raad van Beheer vanaf nu te
gaan aanduiden als “keurmerk”, om zo conflicterende belangen en onduidelijkheden te voorkomen.
Op deze wijze ontstaat het keurmerk voor rasverenigingen en het keurmerk voor rashondenfokkers.

Voorstellen
Het bestuur van de Raad van Beheer heeft in deze nota getracht de leden een zo volledig mogelijk
beeld te schetsen van de ontwikkeling van de certificering tot nu toe, zowel binnen de Raad van
Beheer als binnen de honden- en kattenbranche. Ook staat in deze nota de actuele stand van zaken
beschreven. Aan het begin van deze nota staat al dat het bestuur duidelijkheid van de algemene
ledenvergadering nodig heeft om te kunnen bepalen of en zo ja op welke wijze de verdere
ontwikkeling van het keurmerk kan plaatsvinden. Het bestuur meent dat de ontwikkelingen in de
honden- en kattensector het noodzakelijk maken door te gaan met de ontwikkeling van het keurmerk.
Deze noodzaak geldt in het bijzonder wanneer het ministerie van de LNV de bedrijfsmatige
hondenfokkers bij het grote publiek gaat promoten als gecertificeerd en dus als een goed adres om
een pup te kopen. De hobbymatige rashondenfokkers van de Raad van Beheer zullen daarvan dan
absoluut de gevolgen gaan ondervinden.
Wanneer de algemene ledenvergadering met de verdere ontwikkeling instemt, zullen de verdere
ontwikkel- en structurele kosten door het kantoor in kaart worden gebracht. In de voorjaarsvergadering
van 2009 kan de algemene ledenvergadering dan een definitief besluit nemen en de voorgestelde
onderdelen van de voorwaarden voor het keurmerk goedkeuren. Het bestuur streeft er naar begin
2010 te kunnen starten met de invoering van het keurmerk voor de hele kynologie.

Het bestuur stelt de algemene ledenvergadering voor:
  1. Te besluiten dat het begrip certificering wordt vervangen door de begrippen “Keurmerk Rasverenigingen” en “Keurmerk Rashondenfokkers”.
  2. Het principe besluit te nemen dat de producten die in deze nota zijn genoemd onderdeel worden van de certificering.
  3. Het onderzoek te steunen om de klachtencommissie onder te brengen bij de klachtencommissie van de certificering voor de honden- en kattensector.
  4. In te stemmen met het onderzoek naar de nog te maken ontwikkelkosten en de structurele kosten.
  5. In de voorjaarsvergadering van 2009 een definitief besluit te nemen over de invoering van de certificering. Dit besluit moet dan zijn gebaseerd op het besluit dat de algemene ledenvergaderingvandaag 6 december 2008 neemt op basis van deze nota.
  6. De definitieve invoering van het keurmerk te stellen op begin 2010.