Autonomie rasverenigingen aan een zijden draad?
Al eerder is op dit weblog de avond van John Wauben ter sprake geweest. Een bijzondere avond, omdat er,
voor zover ik weet, nog nooit een bestuurslid van de Raad is geweest dat op deze manier de aandacht heeft gevraagd.
Aan zo'n avond hangt een aardig prijskaartje. De conclusie dat er "iets" aan de hand moet zijn dat buiten de gewone gang
van zaken valt, is m.i. dan ook gerechtvaardigd. Maar wat? Laat ik een poging doen.
Allereerst het keurmerk. Hierin is veel menskracht en veel
geld gestopt. Alles leek op de AV van december 2008 nog in kannen
en kruiken.
Alle voorstellen van het bestuur betreffende het keurmerk zijn bijna
unaniem aangenomen. Toch trekt het bestuur al vrij snel in 2009 de
stekker
eruit, nota bene zonder de leden toestemming te vragen en zonder
behoorlijke uitleg. Zou John op zijn avond met een uitleg komen?
Dan Raadar 10. Hierin staan opmerkelijke teksten. Wat te denken van de volgende vraag en vooral het antwoord op die vraag.
Kan elke rasverenging haar fokkers zelf controleren en
objectief besluiten tot verstrekken of intrekken van het
keurmerk?
Antwoord: Zelfcontrole door de rasvereniging van hun eigen fokkers geeft
loyaliteit- en vertrouwensconflicten en leidt tot onnodige onrust in
een veelal toch al turbulent bestaan van menig vereniging.
Elke bestuurder weet dat handhaven van de reglementen een kerntaak is. Om te kunnen handhaven moet je eerst controleren.
Dat geldt ook voor het fokreglement. Met de regelmaat van de klok geeft
dat conflicten en leidt dat tot onrust. Zo is het nu eenmaal.
Veel tweede of derde rasverenigingen zijn hier een gevolg van. Dit is
altijd al zo geweest en is dus niet een nieuwe ontwikkeling die
te maken zou hebben met het in te voeren keurmerk.
Bestuurders die liever niet willen
controleren en handhaven omdat ze niet tegen conflicten en onrust
kunnen, zijn niet geschikt voor hun taak.
Nu de conclusie van de vier overgebleven pilot-clubs en John Wauben, portefeuillehouder, Jeroen Duyster, directeur en
Marjan van Hagen, kynologisch medewerker en hoofd Afd. GGW.
- Volgens de huidige plannen voor het keurmerk beoordeelt de Raad van Beheer de rasvereniging.
- De
rasvereniging, op haar beurt, beoordeelt de fokker die een keurmerk wenst.
- Dat laatste wordt door de rasverenigingen als niet gewenst beschouwd.
- Registratie, controle en handhaving zou zo veel mogelijk centraal vanuit
het kantoor van de Raad van Beheer moeten plaatsvinden.
Deze conclusie spreekt boekdelen.
Het toekennen van een keurmerk aan aangesloten fokkers was volgens de oude plannen helemaal geen probleem.
Elke fokker die niet geschorst is door de club of de Raad van Beheer komt in aanmerking voor het keurmerk.
Er moet daartoe wel een convenant met de club ondertekend worden. Vervolgens controleert de club of de fokkers zich houden
aan de voorwaarden behorend bij het convenant. Hoe moeilijk of ongewenst kan dit allemaal zijn?
Ja, als besturen van rasverenigingen inderdaad hun normale taak niet willen uitvoeren, moet een ander dat doen.
Inderdaad, dat wordt dan het kantoor/bureau van de Raad van Beheer.
Het bureau van de Raad van Beheer
heeft echter niet de menskracht en de financiële middelen om van
elke rasvereniging afzonderlijk
te controleren of fokkers zich aan het rasspecifieke fokreglement houden. Immers die RFR's verschillen van elkaar.
Het is wel te doen als elke club hetzelfde RFR zou hebben. Zoals nu met
het Basis Reglement Stambomen, dat is voor iedereen hetzelfde.
Ziet u ook waar we naar toe
gemanipuleerd worden? Juist, naar een centraal fokreglement dat
gecontroleerd wordt door het bureau van de Raad.
Oude tijden herleven! Ik moet ineens weer aan Ed Gubbels denken.
De maatschappelijke druk op de Raad
van Beheer om onze rashonden gezonder te maken neemt merkbaar toe. Het
bestuur van de Raad moet
op dit gebied iets laten zien om geloofwaardig te blijven. Marjan van Hagen, opvolgster van Ed Gubbels, is ingehuurd om van alles aan die
gezondheid te verbeteren. Dat is niet gemakkelijk omdat het fokbeleid
in handen is van de aangesloten rasverenigingen. Gezonde rashonden
zouden we allemaal moeten willen. De rasverenigingen zouden hier
keihard aan moeten trekken en op het resultaat afgerekend moeten kunnen
worden.
Een goed begin zou het in het leven roepen van een clubkeurmerk
zijn. Dat proces is veel eenvoudiger dan het misschien nu klinkt.
Als we gaan via de weg van centrale controle en handhaving , zijn
we verdwaald. Dan hebben we voor we het weten voor alle
rasverenigingen
hetzelfde fokreglement en zijn de rasverenigingen op dat punt de controle
volledig kwijt. Weg is de autonomie van de rasvereniging.
Dat staat voor: weg "zelfbestuur" en weg "zelfstandigheid".
René Woudman.