De niet-erkenden denken mee.
Zaterdag 18 juli 2009 vergaderde de Federatie van Rasverenigingen. Het belangrijkste punt
was de behandeling van de voorstellen van de werkgroep van de Federatie naar aanleiding van
het schrappen van artikel 6 lid e en f van het Huishoudelijk Reglement van de Raad van Beheer.
Punt voor punt werden de regels die in strijd zijn met de mededingingswet doorgenomen en besproken.
De bevindingen van de vergadering, die aan de NMa ter kennisgeving zullen worden toegezonden, zijn als volgt.
STATUTEN
Lidmaatschap
Artikel 3, laatste alinea: “Het Bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toelating tot het lidmaatschap
en/of een vereniging voor een door hem te bepalen termijn toelaten tot het lidmaatschap."
De Federatie vindt dat dit artikel moet worden aangepast. De wet zegt: Open: een erkenningsregeling
heeft een open karakter, wanneer de regeling toegankelijk is voor iedereen die aan de voorwaarden voldoet.
Het bestuur van de RvB kan dus in deze zin geen voorwaarden verbinden aan de toelating.
Geschillen en tuchtrechtspraak
Artikel 23
“1. Er is een Geschillencommissie voor de Kynologie, dat beslist op het beroep, hetwelk ingesteld wordt door
natuurlijke- of rechtspersonen, die door een besluit van een orgaan van e Raad van Beheer rechtstreeks in hun
belang worden getroffen. De beroeps- en bezwaarschriftenprocedure, alsook de taak, samenstelling en werkwijze
van de Geschillencommissie wordt bij Huishoudelijk Reglement nader geregeld."
De Federatie stelt voor een onafhankelijke bezwaar- en beroepsregeling in te voeren conform de
Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) De wet zegt: de (toelating)procedure voor erkenning moet voorzien
in een onafhankelijke beslissing over de toelating bij de eerste beoordeling, of nadat erkenning is geweigerd, in beroep.
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
Beoordeling van de aanvraag van het lidmaatschap
Artikel 6
"Het lidmaatschap zal worden toegekend, indien:
a. de statuten van de kynologische vereniging voldoen aan hetgeen wordt vereist in de Statuten
en dit reglement van de Raad van Beheer;
b. voldaan is aan artikel 5 van dit reglement;
c. de vereniging ten tijde van het verzoek om lid te worden ten minste vijftig leden telt;"
De Federatie vindt dat dit laatste lid niet gewijzigd hoeft te worden. Indien door de RvB wijzigingen worden aangebracht,
zullen deze ook moeten gelden voor de reeds aangesloten verenigingen en zullen de criteria objectief en meetbaar moeten zijn.
"d. indien het een Rasvereniging
betreft, in de laatste drie jaren ten minste dertig honden van het
desbetreffende Ras of van de
desbetreffende Rassen gezamenlijk in de Nederlandse hondenstamboekhouding zijn ingeschreven;"
De Federatie vindt dat dit lid niet gewijzigd hoeft te worden.
“e. geen Rasvereniging reeds
aangesloten is, die de belangen van het sub d bedoelde Ras dan wel de
Rassen behartigt, tenzij
dit een Rasvereniging is die de belangen van meerdere Rassen behartigt,
waarvan het betreffende Ras zich wenst te verzelfstandigen;”
De
Federatie vindt dat dit lid verwijderd moet worden, zoals is
voorgesteld in de ledenvergadering van de RvB op 27 juni jongstleden.
“f. indien het een Regionale
Vereniging betreft, in het betreffende werkgebied niet reeds een
Regionale Vereniging aangesloten is die in hetzelfde
gebied of een deel daarvan werkzaam is;”
De
Federatie vindt dat dit lid verwijderd moet worden, zoals is
voorgesteld in de ledenvergadering van de RvB op 27 juni jongstleden.
“g. het Bestuur de toekenning
van het lidmaatschap niet in strijd acht met algemene of bijzondere
kynologische belangen.”
De Federatie vindt dat dit lid niet gewijzigd hoeft te worden
Horen van belanghebbenden
Artikel 8
“1. Alvorens een verzoek om
toekenning van het lidmaatschap in te willigen, stelt het Bestuur
belanghebbende Aangesloten Verenigingen
in de gelegenheid daartegen bezwaren in te dienen. Vervolgens stelt het
Bestuur verzoeker in de gelegenheid om op eventuele bezwaren te
reageren.
2. Besluiten tot niet toelating als lid worden schriftelijk met opgave van redenen aan de betrokkenen meegedeeld.”
De
Federatie vindt dat dit artikel verwijderd moet worden. Een
erkenningregel heeft een open karakter, wanneer de regeling
toegankelijk
is voor iedereen die aan de voorwaarden voldoet.
Overleg tussen de Aangesloten Verenigingen onderling
Artikel 9
“1. Er zijn ten behoeve van het overleg tussen de Aangesloten Rasverenigingen negen
Rasgroepen ingesteld, te weten:
a. dogachtigen;
b. windhonden;
c. herdershonden;
d. staande jachthonden, spaniels en retrievers;
e. lopende honden en dashonden;
f. keesachtigen en poolhonden;
g. pinschers en schnauzers;
h. terriërs;
i. gezelschapshonden.
Iedere aangesloten Rasvereniging
wijst vóór 15 juni van ieder jaar voor het overleg binnen
de Rasgroep waartoe zij behoort, twee
vertegenwoordigers aan, waarvan er één stemrecht heeft,
en doet daarvan schriftelijk mededeling aan de Raad van Beheer en aan
de
secretaris van de Rasgroep.”
De Federatie vindt dat iedere vereniging dezelfde rechten heeft, dus ook hier 1 stem en 2 vertegenwoordigers per vereniging.
Verplichtingen van de Aangesloten Verenigingen
Artikel 10
“8. zich te onthouden van
deelname aan enigerlei kynologische activiteit die niet uitgaat van de
Raad van Beheer en/of van een Aangesloten Vereniging;”
De Federatie vindt dat dit artikel discriminerend is en verwijderd moet worden.
Goedkeuring statuten en overige reglementen
Artikel 11
“1. De in artikel 10, lid 3
bedoelde Statuten en reglementen dienen door de Aangesloten Vereniging
bij aangetekend schrijven aan het Bestuur
te worden toegezonden. Behoeven de Statuten of reglementen goedkeuring
van het Bestuur, dan geldt deze als te zijn verleend,indien het Bestuur
geen besluit heeft genomen binnen zes weken na de datum van verzending.
De Aangesloten Vereniging mag ervan uit gaan dat geen tijdig besluit
genomen is, indien binnen acht weken na de datum van verzending geen schriftelijke reactie van het Bestuur is ontvangen.
2. Het Bestuur kan evenwel besluiten
de in de vorige zin bedoelde beslissingstermijn van zes weken eenmaal -
met ten hoogste zes weken - te verlengen;
een zodanig besluit wordt binnen twee weken nadat het is genomen, schriftelijk aan de betrokken vereniging medegedeeld.”
Zie 12
Toetredingsovereenkomst
Artikel 12
“1. In de
toetredingsovereenkomst dienen de in de Statuten en in dit reglement
opgenomen verplichtingen van de Aangesloten Verenigingen
woordelijk te zijn opgenomen en door de betrokken vereniging zonder
enig voorbehoud te worden aanvaard. Voorts dient de betrokken
vereniging
in de toetredingsovereenkomst te verklaren, dat zij, zo nodig na
statutenwijziging, op de door het Bestuur aangegeven wijze haar leden
zal binden
aan de Statuten en reglementen van de Raad van Beheer.
2. Iedere Aangesloten Vereniging
dient bij de eerstkomende wijziging van haar Statuten, doch in ieder
geval voor één januari tweeduizend en
een zodanige bepalingen in haar Statuten op te (doen) nemen als
noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan het bepaalde in het vorige lid
van dit artikel.
3. De toetredingsovereenkomsten
worden ingericht op basis van een daartoe strekkend model, dat wordt
vastgesteld en kan worden gewijzigd door het Bestuur.”
De Federatie vindt dat deze twee artikelen op termijn dienen te voldoen aan de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB)
KYNOLOGISCH REGLEMENT
Artikel I.4
“1. In dit reglement wordt verstaan onder:
e. Clubmatch: een door een
Aangesloten Regionale Vereniging of een Aangesloten Rasvereniging
georganiseerde Expositie die ten doel of
mede ten doel heeft, de ingeschreven honden naar hun onderlinge waarde
te beoordelen, tenzij alleen kan worden deelgenomen met honden
die de leeftijd van 24 maanden nog niet hebben bereikt;
q. Kampioenschapsclubmatch: een door
de Rasvereniging georganiseerde Expositie voor het Ras of de Rassen of
Variëteitsgroep(en), waarvan
de belangen door die Rasvereniging worden behartigd en waar Nederlandse
kampioenschapsprijzen (C.A.C.’s) behaald kunnen worden;”
De
Federatie vindt dat elke vereniging een clubmatch en een
kampioensclubmatch moet kunnen organiseren, mits zij aan de gestelde
voorwaarden voldoen, zoals bijvoorbeeld in ons omringende landen
gebeurt. Verenigingen moeten dus ook de titel Clubwinnaar kunnen geven.
Artikel II.6
“1. Het Bestuur van de Raad van
Beheer neemt geen besluiten over Zaken van specifiek kynologisch belang
dan nadat daarover overleg
is gepleegd met de betrokken Aangesloten Vereniging of Verenigingen.”
De Federatie vindt dat in het algemeen geldt voor de wijzigingen in de regels van de RvB dat daar waar gesproken wordt over
de (betrokken) aangesloten vereniging zou moeten worden gesproken van een (betrokken) aangesloten vereniging
Hoofdstuk III De registratie
Artikel III. 14B.
“1. Conform het gestelde in de
circulaire van de FCI van 17 oktober 1973 (nr. 36/1973) zijn kruisingen
tussen verschillende Variëteiten
van eenzelfde Ras niet toegestaan wanneer aan deze Variëteiten een apart CACIB wordt toegekend.
2. In overeenstemming met het besluit van de Algemene Ledenvergadering van de FCI (1984, Acapulco Mexico) is een uitzondering
op het eerste lid van dit artikel mogelijk en zijn
variëteitkruisingen binnen een Ras mogelijk onder de volgende
voorwaarden:
a. De voor het Ras bevoegde
kennelclub bepaalt op welke wijze binnen een Ras
variëteitkruisingen mogen worden toegepast.”
De
Federatie vindt dat elke aangesloten vereniging het recht heeft, indien
noodzakelijk, variëteitskruisingen toe te passen. Overigens
is het de
Federatie niet duidelijk wat in dit lid met het begrip "kennelclub"
wordt bedoeld. Dit begrip wordt in de definities van het
Kynologisch Reglement niet omschreven. Wordt hiermee de Raad van Beheer zelf bedoeld?
“b. Voordat
variëteitkruisingen mogen worden toegepast, moet de Rasvereniging
een plan maken dat als basis dient voor de mogelijkheid
te komen tot variëteitkruisingen. Uitgangspunt voor een dergelijk
plan is, dat het toestaan van variëteitkruisingen alleen zin heeft
als dit leidt
tot verbetering van het Ras of een noodzakelijke verbreding van de fokbasis.”
De
Federatie vindt dat het recht van iedere aangesloten vereniging gelijk
moet zijn. Ook ten aanzien van dit punt. De beeldvorming is dat
het beleid van een niet aangesloten vereniging slecht is en weinig aan
de gezondheid van een ras doet, terwijl de realiteit is dat veel niet
aangesloten verenigingen zijn ontstaan omdat men het niet eens was met
het gevoerde beleid met name op het gebied van de gezondheid
van de reeds aangesloten vereniging. Veel niet aangesloten verenigingen
eisen dan ook meer gezondheidsonderzoek van hun leden en
fokkers dan wel aangesloten verenigingen.
Artikel III.23
“1. De Raad van Beheer geeft de
bij haar aangesloten Rasverenigingen uitsluitsel over welke honden van
het Ras, van wie de Rasvereniging
de belangen behartigt, zijn ingeschreven in de Nederlandse
stamboekhouding en vermeldt daarbij de NAW gegevens van Fokker en
Eigenaar.”
De
Federatie vindt dat, in het licht van de mededingingswet, deze gegevens
aan alle verenigingen van het betreffende ras moeten worden
verstrekt. De Federatie vraagt zich overigens af of verstrekking van
deze gegevens niet in strijd is met de wet op de privacy, zoals door
het
College Bescherming Persoonsgegevens wordt gewaarborgd.
“2. De in het eerste lid
bedoelde verenigingen mogen de in de formulieren neergelegde informatie
uitsluitend gebruiken ter behartiging van de belangen
van het Ras. Zij onthouden zich van vormen van gebruik waarvan schade aan de belangen van derden verwacht kan worden.”
Zie vorige opmerking
Artikel III.25
“1. Indien de Fokker geen lid
is van de voor het betrokken Ras erkende Rasvereniging, is een extra
bij Tarievenbesluit te bepalen bedrag per nest
verschuldigd, dat tegelijk met de in het eerste lid bedoelde kosten moet worden overgemaakt.”
De Federatie vindt dat dit artikel verwijderd moet worden.
Artikel III.34
“4. Indien een Rasvereniging
besluit aan de honden die beste van hun Ras, respectievelijk hun
Variëteitsgroep, zijn geworden op de door die vereniging
georganiseerde Kampioenschapsclubmatch, dan wel een door die vereniging
georganiseerde Kampioenschapsclubmatch in combinatie met een
gewone Clubmatch, de titel “Clubwinnaar met jaartal” toe te
kennen, dan wordt deze titel voor de toepassing van dit artikel gelijk
gesteld met de in het
tweede lid bedoelde titels.”
De Federatie vindt dat dit geldt voor alle aangesloten verenigingen.
De Nederlandse stamboekhouding
Afdeling 1 Opzet en indeling Artikel III.7
“3. De Raad van Beheer kan in
bijzondere gevallen na overleg met de betrokken Rasvereniging bepalen,
dat honden waarvan de ouders wel tot
eenzelfde Ras maar niet tot dezelfde Variëteitgroep behoren, in
Bijlage G-0 van het N.H.S.B. dan wel in het N.H.S.B. zelf worden
ingeschreven
indien dat voor de instandhouding van dat ras of een of meer van die
Variëteiten in Nederland gewenst is. Daarbij bepaalt de Raad van
Beheer
tevens volgens welke regels wordt beslist tot welke Variëteit de in te schrijven honden geacht worden te behoren.”
De
Federatie vindt dat hier moet worden gesproken van "alle betrokken
Rasverenigingen die zijn aangesloten en het ras vertegenwoordigen."
“4. De Raad van Beheer kan in
zeer bijzondere gevallen na overleg met de betrokken Rasvereniging
bepalen, dat honden waarvan de ouders
behoren tot twee of meer Rassen waarvan de standaards slechts in een
enkel onderdeel verschillen, in Bijlage G-0 van het N.H.S.B. of in het
N.H.S.B.
zelf worden ingeschreven, indien dat voor de instandhouding van een of
meer van die Rassen in Nederland gewenst is. Daarbij bepaalt de Raad
van Beheer
tevens volgens welke regels wordt beslist tot welk Ras de in te schrijven honden geacht worden te behoren.”
De
Federatie vindt dat hier moet worden gesproken van "alle betrokken
Rasverenigingen die zijn aangesloten en het ras vertegenwoordigen."
Titel 2 Bijzondere verboden
Artikel VI.5
“1. Het is verboden enigerlei
functie te vervullen bij een niet Aangesloten Vereniging die actief is
op het gebied van een of meer takken van hondensport,
dan wel medewerking te verlenen of deel te nemen aan enig door zodanige
vereniging georganiseerd evenement, indien een dergelijk evenement in
of
krachtens dit Reglement is gereglementeerd.”
De
Federatie vindt dat dit een discriminerende regel is die dient te
worden verwijderd. Deze regel heeft in de praktijk onder andere tot
gevolg gehad
dat goedwillende vrijwilligers die bijvoorbeeld zitting hebben in het
bestuur van een niet aangesloten vereniging, door het tuchtcollege van
de RvB
gediskwalificeerd worden, dat wil zeggen dat zij geen enkele
kynologische activiteit gedurende een bepaalde tijd mogen uitvoeren
omdat zij ook
werkzaam zijn bij een niet aangesloten vereniging.
“2. Voor de toepassing van het
eerste lid wordt onder vereniging mede verstaan iedere andere
rechtspersoon of groep van personen die actief is
op het gebied van een of meer takken van hondensport.”
De
Federatie vindt dat dit lid verwijderd kan worden of anders beter
omschreven dient te worden, bijvoorbeeld als hier op excessen in de
hondensport gedoeld wordt.
“3. Het verbod uit het eerste
lid geldt niet ten aanzien van niet Aangesloten Verenigingen gedurende
drie maanden na hun oprichting.
Deze termijn kan door de Raad van Beheer opverzoek van de vereniging worden verlengd.”
De Federatie vindt dat dit lid verwijderd kan worden
“4. Het verbod uit het eerste
lid geldt niet voor het vervullen van functies bij een kynologische
vereniging waarvan de aansluiting tijdelijk is ingetrokken.”
De Federatie vindt dat dit lid verwijderd kan worden
De Geschillencommissie
Artikel VII.5
“1. Er is een
Geschillencommissie, die één of meer kamers vormt,
waarvan elke kamer uit drie leden bestaat, die voor een termijn van
vier jaar door
de Algemene Vergadering op voordracht van de Raad van Beheer worden benoemd
2. Iedere Aangesloten Vereniging kan
één of meer personen voor plaatsing op de in het eerste
lid bedoelde voordracht aanbevelen. In geval bij
vacatures anders dan bij de instelling van de Geschillencommissie
zullen de leden van de Geschillencommissie worden gehoord over de
voordracht.
3. Tot lid zijn slechts zij
benoembaar, die aan het eind van het jaar van benoeming de leeftijd van
71 jaar nog niet hebben bereikt. Aftredenden
zijn opnieuw benoembaar, behoudens het bepaalde in de vorige volzin.
4. De bestuursleden van de Raad van Beheer kunnen geen lid van de Geschillencommissie zijn.
5. Elke kamer van de Geschillencommissie wijst aan, uit haar midden, een voorzitter en een waarnemend voorzitter.
6. Als voorzitter en als waarnemend
voorzitter kunnen slechts zij worden aangewezen, die een academische
opleiding Nederlands Recht,
afstudeerrichtingen civiel- of staats- en administratief recht dan wel Notarieel Recht met succes hebben afgerond.”
De Federatie stelt voor een onafhankelijke bezwaar- en beroepsregeling in te voeren conform de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB)
De huidige regeling is niet onafhankelijk.
Met vriendelijke groet,
Marianne Eggink, woordvoerster Federatie van Rasverenigingen