Het gras is elders altijd groener maar of de heer die het land bezit oog heeft voor zijn horigen?

Geen "samen op weg kerk", maar ieder voor zich, de FCI – regeling voor ons allen.

Reacties als ‘hoe kan je nu tegen tweede verenigingen zijn?’, het ‘handige’ bestuur van de Raad, het elimineren
van de ledenraad; het kan niet op. Al deze reacties gaan voorbij aan de kern van de zaak.


1e , 2e, 3e etc. verenigingen: ze zijn er gewoon. Het logisch gevolg van het feit dat mensen zich verenigen rondom een zeker beleid.
Natuurlijk, de klacht bij de NMa is gebaseerd op het begrip ondernemersvereniging. Logisch dat de niet leden dachten door lidmaatschap
af te dwingen zich de toegang tot deze markt te moeten verschaffen; een foute keuze. De werkelijke klacht in de markt is dat een algemene
regeling (zonder lidmaatschap) voor een ieder die aan de regeling voldoet toegankelijk moet zijn.


Wie hangt er nu niet aan die FCI-erkende stamboom? De Raad als monopolist: de macht ligt bij het NHSB en de daarvan afgeleide
diensten (tentoonstellingen, clubmatches, rasvereniging, kc en keurmeesters).


Waar gemakshalve aan voorbij wordt gegaan is, dat het lidmaatschap van de Raad van Beheer meer met zich mee brengt dan enkel
de regels rondom een clubmatch of een andere dienst. De huidige strekking van het reglement is dat die op elk vlak de "pauselijke absolutie" in
Amsterdam huisvest. De simpele regel die het bestuur van de vereniging de gelegenheid geeft de leden te passeren mag tot de verbeelding spreken.
R. Woudman heeft zelf aan den lijve ondervonden hoe een reglementair verankerd orgaan als de ledenraad zonder al te veel poeha naar eigen zeggen
is afgeserveerd (we zaten erbij en keken er naar). Heeft de Raad het op de heupen met een certificeringplannetje of een ‘GGW-fokkerij’ dan volgt dat
na een pilot onder het mom van druk uit Den Haag, u in het gelid moet gaan staan.


De FCI is een regeling: prima! Ben je een "Raad erkende vereniging" dan kan je een "Raad erkende kampioensclubmatch" houden, voldoet jouw
stamboek aan de normen van de FCI dan heb je recht op toegang tot tentoonstellingen. Niks meer niks minder. Een erkenningsregeling is iets anders
dan een lidmaatschap met alle consequenties van dien. Nu zijn deze regelingen exclusief aan het lidmaatschap van de Raad verbonden. Hoogst ongewenst.


Het plan om van de Raad weer een stichting te maken en de zelfbeschikking volledig bij de rasverenigingen en KC’s neer te leggen is een
duidelijke oplossing. Voldoe je aan het ‘Raad- keurmerk’ prima; plak die sticker op de deur en schik je in die regeling. Heb je een beter keurmerk
hang dat aan en verdedig dat, maar wees dan niet verplicht het andere keurmerk ook te hanteren. Zo valt er wat te kiezen. Schrappen die nestheffing,
de verplichting diensten af te nemen en het roemruchte artikel VI.5: marktbederf door kartelvorming! Vergeet ook het artikel niet waarin het bestuur
een geschilletje kan “beslechten”. Dat laat al te enthousiaste bestuurders veel te veel ruimte.



Door toetreding van tweede en derde clubs bij de Raad ontstaat in Nederland één kynologische monocultuur. Er is zo meteen geen enkele prikkel
en ruimte voor het momenteel nog overkoepelend orgaan om nog acht te slaan op de wensen van individuele leden. Het voorproefje van de nieuwe
kynologische organisatie: rasverenigingen op het derde plan ( wat moet je bestuurlijk ook met zoveel leden in de zaal!) is een opmaat naar wat komen gaat.
De kynologie creëert zo haar eigen gijzeling.


Inderdaad: geen "samen op weg kerk", maar ieder voor zich, de FCI – regeling voor ons allen!

De Raad op haar logische (bevoorrechte) plek: Aan de basis als licentieverstrekker. De rest bouwt de markt zelfstandig wel op; Dat is marktwerking en verlost
alle partijen van bestuurlijke frustraties en andere ongemakken zoals bijvoorbeeld verdere procedures bij de NMa.


Voorkom dat de kynologie van een horige een lijfeigene wordt! De kynologie leeft ten slotte niet meer in de middeleeuwen.

G. R. Mast.